WhatsApp-Image-2019-01-24-at-10.13.43.jpeg
IMG-20190520-WA0040.jpg
sid2.jpg
GOURD__crop.jpg
citrusglas.JPG
potje plant.jpg
sidkerst1.jpg
sidkerst2.jpg
98041585c56e23cb02d3d68593602583a5b6a4dc.jpg
sid10.jpg
sid3.jpg
FROG-GR-SFEER_vierkant.jpg
WhatsApp-Image-2019-01-24-at-10.13.274.jpeg
IMG-20191105-WA0015.jpg
70288197_2118923338411376_3050941792636406631_n.jpg
Laat 'm gebekt zijn.JPG
 

kerstmis 2019 - III.jpg

 

VERVOLG: DE ENGEL

Op een dag kwam de meid op zolder en vond de Kerstengel in een schemerige hoek op de grond liggen. En zij nam haar op en smeet haar in het kolenhok. Daar lag zij, tussen twee turven, recht tegenover een somber kijkend stuk antraciet. Een week lang zweeg de engel, want zij vond dit geen gezelschap om tegen te praten. Doch eindelijk, op een dag in september, kon zij zich niet meer inhouden. "Jullie hebben er geen flauwe voorstelling van;" sprak zij, "hoe het licht op zolder is. Het doet bijna pijn aan de ogen, zó stralend is het. Jammer genoeg was ik toen te beperkt om mijn zaligheid ten volle, te begrijpen. Maar ik heb nu tenminste iets om aan te denken." "Dat is altijd wat," meende het stuk antraciet, "maar ik vind de verlichting hier ook heel redelijk. "De engel, zweeg.

 

zwarte bal1.jpg

Het was er aardedonker
Tegen zulk een bekrompen opvatting was het vruchteloos te spreken. Op zekere ochtend nu speelde het, jongetje, dat in het huis woonde, in het kolenhok. En toen hij de engel zag nam hij haar op en, wierp haar in de vuilnisbak. Het was er aardedonker. De engel vatte haar nieuwe toestand aanvankelijk als een scherts op, doch toen het drie dagen lang donker bleef, zó pikdonker, dat niemand in de vuilnisbak een hand voor zijn ogen zag, kwam zij tot nadenken. Zij dacht en, zij dacht, en ten laatste kon zij het niet meer houden en riep: "Is hier soms iemand om naar mij te luisteren?" "Jawel," zei een stuk spiegelglas, "als het niet te flauw is. "En de engel vertelde van het verblindende licht in het kolenhok en hoe verrukkelijk het daar geweest was. "Ik was te dom," besloot zij met een zucht, "om het te begrijpen. Maar nu begrijp ik het. Ik zie het helemaal in." Het stuk spiegelglas zweeg, want het had zoveel ijdelheid in zijn leven gezien, dat het wat eenkennig geworden was. Op een donderdag, in de namiddag, toen het al wat schemerig was, kwam de vuilnisman voorbij. Hij sloeg het deksel op en zag de engel liggen. Nu is het altijd prettig een engel te ontmoeten, doch als men vuilnisman is, voelt men zich dubbel verblijd. En hij stak de engel in zijn zak en gaf haar 's avonds aan zijn vrouw. "Alsjeblieft," zei hij, "voor de Kerstboom."